De geschiedenis van glas
 
De techniek van het glasblazen is tot stand gekomen gedurende een lange periode, waarin ze meer en meer uitgewerkt en verbeterd werd. De prille geboorte ervan is toe te schrijven aan de FeniciŽrs, een zeevaardersvolk dat zich vooral vestigde op de kusten van het huidige Libanon. Zo schrijft Plinius Maior in zijn Naturalis Historia:

"De FeniciŽrs maakten een vuur in het zand.  Als brandstof gebruikten ze salpeterkluiten.  Plots zagen ze dat er op het zand zich een doorschijnende vloeistof vormde..."

Vervolgens kunnen we sporen van glas terugvinden in het oude Egypte. 4000 jaar oude vazen werden teruggevonden, die met metaaloxiden bewerkt werden om het een gewenste kleur te geven. Deze techniek heeft zich verspreid over het hele Middellandse Zeegebied. Het bekendste bewijs hiervan is ongetwijfeld de azuren bokaal uit het graf van Barberini, te EtruriŽ (het hedendaagse Toscane). Grote centra voor glasproductie kwamen tot stand in SyriŽ, AlexandriŽ en Rome, waarover meer info hieronder.

In de derde eeuw na Christus deed het glasblazen haar intrede in het Romeinse rijk en Germania (het huidige Duitsland). GlazenierscoŲperaties zouden ontstaan in de romeinse wijk Vicus Vitriacus, wat staat voor "glaswijk". De makers signeerden meer en meer hun werken en de rijke patriciŽrs sierden hun grote huizen met veelkleurige ruiten.

Nadat het West-Romeinse rijk ineenstortte, wat ook de inluiding van de Middeleeuwen betekende, kwam er een verval van het glasblazen in de genoemde contreien. Dit stond haaks op het het hoge niveau ervan dat in Constantinopel (het huidge Istanbul), hoofdstad van het Oost-Romeinse rijk, gehandhaafd werd. Verder zou SyriŽ de glaskunst verspreiden over het hele Arabische gebied. Door deze spreiding werd het hoogtepunt bereikt, hierna zou een geleidelijke afbrokkeling komen van het glasblazen.

Omstreeks het jaar 1000 na Christus zou echter een heropleving ontstaan van de glaskunst. VenetiŽ vormde een nieuwe hoofdstad voor deze kunst, deze bedrevenheid uitte zich reeds in het vervaardigen van vensterglas met cilinders in de 12e eeuw na Christus. Het epicentrum werd gevestigd op het eiland Murano dat voor de kust van VenetiŽ ligt. De prachtig met email en glazuur versierde glazen stukken zouden al snel in heel Europa verspreid worden onder de rijksten der aarde. Verder deed ook de brandschilderkunst haar intrede, hierbij werd aarde- en zilverwerk georneerd met glas.

In de 15e eeuw na Christus zou het alleenheersen van de Venetianen in de glaskunst echter ten val worden gebracht door de Tsjechen en hun boheems glas. Kenmerkend voor dit nieuw soort glas was de specifieke glans die het had. Ook in Frankrijk werd het kroonglas vervaardigd. Bij de beide soorten glas wordt kaliumoxide toegevoegd aan het glasmengsel, waardoor het een sterkere structuur krijgt. Hier tegenover staat wel dat een hogere verwerkings-temperatuur vereist is. Intussen werd in Engeland het flintglas of "glas-in-lood" ontworpen. Bij dit soort glas wordt loodoxide toegevoegd wat het glas een andere lichtbrekingsmogelijkheid geeft en een mooiere schittering teweeg brengt. Het flintglas wordt daarom ook wel kristalglas genoemd.

Uiteindelijk zou de industriŽle revolutie ook deze branche hervormen. Het glas werd nu vervaardigd in snellere productieprocessen, waardoor glazen stukken een deel van hun unicum-waarde verliezen. Immers ieder stuk is exact zoals het andere uit dezelfde productiereeks. Op artistiek vlak kan de industrialisatie daarom gezien worden als een feit van minder belang.